
Kiezen voor de juiste vermogenssterkte voor je badkamerverwarmer
Wat betreft infraroodverwarmers kun je niet zomaar een keuze maken. Het gaat er niet om te raden; het is belangrijk dat de warmte precies op de plek terechtkomt waar je het nodig hebt.
Het goede van kortegolfige infraroodstraling is dat deze niet probeert de hele lucht in de kamer op te warmen. In plaats daarvan wordt de warmte rechtstreeks naar jou gestuurd. Het voelt alsof je in het zonlicht stapt op een koude ochtend.
De juiste vermogenssterkte kiezen
De grootte van je badkamer is cruciaal.
Als je het hebt over een kleine badkamer, is een lamp met een vermogen van 250W tot 400W meestal voldoende. Hierdoor blijf je warm, zonder dat de kamer verandert in een sauna. Maar als je een grote hoofdbadkamer hebt, kun je beter kiezen voor een lamp met een vermogen van 600W of 800W.
Let op: plaatst geen lamp met 800W in een kleine badkamer. Dan word je al na een paar seconden te heet. Je thermostaat zal dan voortdurend aan en uit gaan, waardoor de lamp eerder kapotgaat.
Verwarmers die in de spiegel zijn geïntegreerd
Sommige van deze verwarmers zijn rechtstreeks in de spiegel geïntegreerd. Ze maken gebruik van reflecterende coatings om de warmte richting jou te stuuren. Hierdoor voelt de warmte veel intenser. Wij gebruiken hierbij kwartsglas, omdat dit materiaal de hoge temperaturen kan verdragen en zich bijna onmiddellijk opwarmt.
Maar let op: omdat je te maken hebt met water en elektriciteit, is het belangrijk om rekening te houden met de IP-classificatie. Verspil hier geen budget aan.
En als je meerdere hoogvermogenslampen op één circuit installeert, houd dan goed in de gaten hoe de bedrading is. Als je te veel stroom door oude draden stuurt, kan dat leiden tot gevoelige schakelaars of zelfs oververhitting van de bedrading. Dat is zeker geen fijne manier om je dag te beginnen.
Zorgen dat de verwarmer echt werkt
Om optimaal gebruik te maken van je verwarmer, is het belangrijk om te weten waar je hem moet plaatsen.
Je wilt dat het licht precies op de plek terechtkomt waar jij staat. Als het te hoog is, verdwijnt de warmte al voordat het je bereikt. Als het te laag is, ontstaat er een ‘heete plek’ die ongemakkelijk is.
Vind dus het juiste punt tussen de plafondhoogte en je schouders. Op die manier zorg je ervoor dat de warmte echt op jou terechtkomt, in plaats van alleen het plafond op te warmen.